’t leven

Toon mij uw rommel en ik zeg u wie u bent.

Nooit eerder stond ik er bij stil, maar over een rommelmarkt waait een exhibitionistisch windje. Op social media kunt ge uw imago nog enigszins bijsturen, maar een rommelmarktkraam is de bolle spiegel van de ziel. Intieme details op een behangtafel in de zon. Op de rommelmarkt staan, is iets voor durvers. Want ge kijkt altijd eerst naar de kraam en daarna naar de verkoper.

Er zijn mensen die Hi8-bandjes verkopen met opschrift: ‘Personeelsfeest 1995’ of ‘Plechtige communie Diederik’. Ge hebt de muziekliefhebber met platen vol jazz, soul, funk en exotica. Daarnaast de muziekliefhebber met DJ-naam ‘Wipperke’ die elke Vlaamse schlager op 45 toeren heeft. De kraam met zelfgemaakte armbandjes van ‘Best friens forever’ en ‘Hello Ketty’. De man die elk boek in een plastiekske inpakt. De mevrouw die haar luipaardmotiefkes kwijt wilt. Ge hebt de kraam vol gebruikte gsm-laders – een verzamelaar wellicht. De dame die prachtige spullen uit haar boot verkoopt, een dieptemeter en een boordtelefoon zoals ze die nu niet meer maken (*pinkt een traantje weg*). En 80 Viewmasterkaartjes met vakantiefoto’s van een reis naar De Hoge Venen. Er ligt zoveel te grabbel.

En soms wordt het pijnlijk. Een doos met boeken: ‘Hoe word je gelukkig’, ‘Depressie is geen ziekte’, ‘De zin van het leven’, ‘Breek uit jezelf’ en ‘101 moppen voor jong en oud’. Op een rommelmarkt worden hoofdstukken afgesloten. Wat ge verkoopt, is waar ge van af wilt.

Zondag was het rommelmarkt in’t park en ik heb ‘He lekker beest’ op 45-toerenplaat gekocht bij het Wipperke. Topdag.

Een klein Pavlovmomentje

“Goedemorgen” is wellicht het domste dat ge tegen uw bakker kunt zeggen als ge hem op straat tegenkomt om zes uur ’s avonds. Dat ik daarbij lichtjes begon te kwijlen en nog net de bestelling “zes sandwichkes en een polderbrood” kon onderdrukken, zal ik altijd hardnekkig ontkennen.

Een klein Pavlovmomentje. Dat gebeurt bij iedereen wel eens, toch?

Over horloges en andere existentiële kwesties.

Vrijdagochtend, tien voor acht. Terwijl ik vecht met de kousenbroek van mijn dochter, ineens dit:

– Kijk eens, papa. Ik heb een horloge aan!
– Ik zie het. Dat is mijn horloge.
– Zit er in die horloge ook een batterij?
– A ja natuurlijk, want niks werkt vanzelf he. Dingen die bewegen, of geluid maken, of dingen met lichtjes hebben vaak een batterij.
– En mensen? Hebben die ook een batterij?
– Mensen hebben een hart. Dat is ook een soort batterij.
– En is die soms ook plat dan?
– Als je genoeg rust, gaat die niet zo snel plat. Alleen als je heel erg oud bent.
– En dan ga je dood, zoals den ouden bompa. Want die was héél erg oud he.
– Ja, da’s waar. Die was echt oud.
– Wie heeft ons en de dieren eigenlijk gemaakt?

*Stilte*

– Wij zijn gewoon zo gegroeid.
– A ja, want toen ik klein was, werd ik ineens geboren en nu ben ik ook al groot.
– Zo is het.
– Mag ik die horloge meenemen naar school?
– Nee.

Kinders, gotta love ‘em.

Enzo Mari. Ontwerper en ook een beetje Kerstman.

Misschien zegt het u niets. Enzo Mari. Mij zei het ook niets, totdat ik vorig jaar Titus De Voogdt een rek zag maken op Vier. Sindsdien ben ik lichtjes in de ban geraakt.

In 1974 bracht Enzo Mari een keetschoppend boekje uit: Autoprogettazione. Oftewel: meubels om zelf te maken. Het enige dat ge nodig hebt: hout, nagels en een hamer. Andere ontwerpers vonden het een schande. A ja, want het grondbeginsel van design is mensen een luxeproduct aanbieden. Of niet? Enzo legt het u graag uit.

enzomari

Schone mens met schone ideeën. En met een schone kerstbaard.

Vorig jaar rond Kerstmis zat ik thuis. Alleen. Dus ging ik naar de Hubo hout kopen en maakte een Sedia 1 van Enzo Mari. Dat is de stoel die ge hierboven op de foto ziet. Echt design, dat ook verkocht wordt als bouwpakket van 240 euro. Gouden tip: bij Hubo kost u dat iets van een 20 euro, als ge de prijs van de nagels erbij telt.

Ook dit jaar zat ik thuis met Kerstmis. Opnieuw alleen en al. Ge voelt mij komen: ik ben weer naar de Hubo geweest.

Eigenlijk ben ik geen kerstmens.

Zondagavond. De boom staat onversierd klaar als de kinderen binnenkomen.

Jitse begint te dansen en te zingen van “Joehoew olee, de Kerstman komt eraan, we gaan de boom versieren, en ik ben een prinses!”. Senne neemt een kerstbal uit de doos en gooit die tegen de muur. Kapot. Toen het concept voor iedereen duidelijk was, versierden we de boom. Het resultaat was prachtig. Ballen, slingers, kabouters,… alles erop en eraan.

Maandagavond. Ik sta in de keuken eten te maken als de kleinste met twee kerstballen komt aandraven. Bang loop ik naar de living. De kerstboom is leeg. He-le-maal leeg. Geen ballen, slingers of kabouters meer te zien – zo leeg. Er valt een korte stilte, tot een stemmetje zegt: “wij willen elke dag de kerstboom versieren, papa”.

En zo geschiedde. Ook deze avond weer. En misschien ook de komende avonden. We zien wel.

Eigenlijk ben ik geen kerstmens. Behalve rond Kerstmis, soms.
Vrede.

Werkonbekwaam geprikt

Steekt de dochter ineens haar vinger in mijn oog. In mijn enige goede oog dan nog. Nu zit ik hier met een gaussian blur werkonbekwaam te wezen.

Al goed dat de Sint al geweest was.