26 apr

Nu moet ik wel mijn mond goed dichthouden als ik in bad ga.

Onbetaalbaar. De spanning in haar ogen. “Papa, ik heb aan mijn tand gedraaid en nu staat die helemààl los. En het bloedt!” Zelden heb ik haar zo zenuwachtig gezien als gisteren. Een kwartier later had ze hem te pakken.

Ik weet niet goed wie er het meest trots is, zij of ik.

tand

 

26 apr

Lentepoets!

Het was vandaag weer van dat:

Bij ons in de buurt wordt de lentepoets steeds vakkundig georganiseerd door Ghislaine. Dit jaar geholpen Mohammed en Steven. De aanpak: een persoonlijk bezoek enkele weken vantevoren en handgeschreven instructies in alle brievenbussen vlak voor de lentepoets. Ge zoudt voor minder meedoen. 

lentepoetsVanmorgen, klokslag 10 uur,  kregen de kinders een borstel en een emmer met sop in hun handen om de stoep te schrobben. De papa hielp ook wat mee. Kleine meisjes vinden poetsen extreem leuk blijkbaar. Kleine jongens iets minder. Alhoewel:

– “Ik vind het NIET leuk!”
– “Geef de borstel dan maar terug aan mij.”
– “NEE, het is MIJN borstel van de lentepoets.”

En dan nog een uur staan schrobben. Raar.

Awel, ik vind dat echt tof, de lentepoets. De stoep proper. De buren nog eens gezien. Nieuwe plantjes aan de gevel. De kinders content. De vader ook.

17 jan

Over horloges en andere existentiële kwesties.

Vrijdagochtend, tien voor acht. Terwijl ik vecht met de kousenbroek van mijn dochter, ineens dit:

– Kijk eens, papa. Ik heb een horloge aan!
– Ik zie het. Dat is mijn horloge.
– Zit er in die horloge ook een batterij?
– A ja natuurlijk, want niks werkt vanzelf he. Dingen die bewegen, of geluid maken, of dingen met lichtjes hebben vaak een batterij.
– En mensen? Hebben die ook een batterij?
– Mensen hebben een hart. Dat is ook een soort batterij.
– En is die soms ook plat dan?
– Als je genoeg rust, gaat die niet zo snel plat. Alleen als je heel erg oud bent.
– En dan ga je dood, zoals den ouden bompa. Want die was héél erg oud he.
– Ja, da’s waar. Die was echt oud.
– Wie heeft ons en de dieren eigenlijk gemaakt?

*Stilte*

– Wij zijn gewoon zo gegroeid.
– A ja, want toen ik klein was, werd ik ineens geboren en nu ben ik ook al groot.
– Zo is het.
– Mag ik die horloge meenemen naar school?
– Nee.

Kinders, gotta love ‘em.

17 dec

Eigenlijk ben ik geen kerstmens.

Zondagavond. De boom staat onversierd klaar als de kinderen binnenkomen.

Jitse begint te dansen en te zingen van “Joehoew olee, de Kerstman komt eraan, we gaan de boom versieren, en ik ben een prinses!”. Senne neemt een kerstbal uit de doos en gooit die tegen de muur. Kapot. Toen het concept voor iedereen duidelijk was, versierden we de boom. Het resultaat was prachtig. Ballen, slingers, kabouters,… alles erop en eraan.

Maandagavond. Ik sta in de keuken eten te maken als de kleinste met twee kerstballen komt aandraven. Bang loop ik naar de living. De kerstboom is leeg. He-le-maal leeg. Geen ballen, slingers of kabouters meer te zien – zo leeg. Er valt een korte stilte, tot een stemmetje zegt: “wij willen elke dag de kerstboom versieren, papa”.

En zo geschiedde. Ook deze avond weer. En misschien ook de komende avonden. We zien wel.

Eigenlijk ben ik geen kerstmens. Behalve rond Kerstmis, soms.
Vrede.

27 mei

Kikkerperspectief

– Papa, wat is dat ding in jouw keel?
– Dat is een kikker.

Stilte

– Mag ik eens voelen?
– Natuurlijk meisje.

Ik beweeg sportief met mijn strottenhoofd.

– Die kikker springt op en neer! Doe je mond eens open. Heeeeelemaal open, en dan je tong uitsteken he papa!
– Aaaaaa

Ze kijkt doktergewijs in mijn keel.

– Ik zie hem niet papa. Misschien zit die in dat velletje?
– Misschien wel lieveling. Misschien wel.