dieren

Ons keverboek

Vergeet Wieringa, Brusselmans, Grunberg, Hesse en Van Dis. Alle grote jongens verbleken naast taalvirtuoos Leo Senden. Nooit van gehoord, zegt u? Wel, dat treft, ik ook niet. Tot voor kort.

Vorig weekend kocht ik Ons Keverboek uit 1939 van bovengenoemd schrijver. Een vulgariserend werk over – je raadt het nooit – kevers. Niet dat ik een dierenvriend ben of een ontembare passie voor insecten voel. Wel koester ik een grote liefde voor wervelende zinnen. Ons Keverboek staat er vol van. Bijvoorbeeld deze inleiding van het hoofdstuk over de erwtenkever:

En daar valt de langverbeide gast, de blije Mei, plots met de deur in huis. De zon schittert en giet alle hoekskens vol helder licht; de bloemen openen voorzichtig hun schuchtere harten; de vogels, in de boomen, stemmen hun liedjes voor de vreugdesymphonie van het ontluikende leven en het windeke speelt katteken met de wiegende twijgen van de boomen vol blanke bloesems; overal verneemt men de blijde boodschap vol gulden zaligheid. Grondige wijziging althans in het levensprogramma van de erwtentorretjes!

En zo kwam het dat ik elke dag voor het slapengaan een hoofdstuk over kevers lees. Geboeid, in spanning en met een gelukzalige glimlach op de lippen. Vanaf heden, voor al uw oppervlakkige kevervragen, slechts één adres.

Wie verder de stof wil uitdiepen koope << wetenschappelijke werken >> die maar al te vaak houterig en droog zijn, derhalve ongenietbaar voor den eenvoudigen liefhebber.

Voor de geïnteresseerden:
Het slechte nieuws: Ons Keverboek is niet meer te verkrijgen in de gewone boekhandel. Het goede nieuws: het werk staat integraal op tinternet. Downloaden die handel.

Soms heeft een avond veel potentieel.

Spreekt ge op café af met een kameraad. Blijkt die kameraad dronken en in de weer met een vrouw. (Geen verwijt, want vrouwen zijn tof). Praat ge dus met een kameraad van de kameraad. Blijkt die vroeg naar huis te gaan. Blijft ge achter met een vriendin van een kameraad van de kameraad. Blijkt dat een enorme zaag te zijn die al zes cava’s te veel opheeft, ruzie maakt met andere kroegzitters en bovendien om de haverklap begint te huilen zodat ze qua gezichtsopsmuk op een pandabeer lijkt.

Soms heeft een avond in de kroeg veel potentieel. Soms ook niet.

Krtek voor de vrienden

Een tijdje geleden kreeg ik een dvd met zeven filmpjes van ‘De Krekel’ te pakken. De kinders zijn er zot van. Vooral van “het filmpje met de spin” en “het filmpje met de lieveheersbeestjes”. En nu hoor ik u denken: wie de fok is ‘De Krekel’?

De Krekel werd getekend door Zdeněk Miler. Kent ge hem? Ongetwijfeld wel, als ge vroeger naar Prikballon keek tenminste. Ik zal u helpen: Zdeněk Miler is de tekenaar van Molletje. Of Krtek voor de vrienden. Ik was het beest al een jaar of 25 vergeten.

Vorig weekend ging ik efkens naar ’t Stad en zie waar mijn dochter ineens mee kwam aandraven in de boekenwinkel:
molletje-auto

Jajaja. Jeugdsentiment en al. Molletje leeft jom.
Het boek is even fantastisch als het filmpke. Een aanrader.

Een onfortuinlijk dier

Kom ik net goedgezind van een familiefeest met mijn kinderen. Rustig bollend op een typisch Kempische tweebaansweg. Springt er ineens een grote loslopende hond voor de auto. Drie panikerende tieners en hun ouders staan langs de kant van de weg met hun handen voor de mond of op het hoofd. Roepend, gillend, tierend. Verbijsterde blikken die je nooit vergeet.

Ik gooi alles dicht, hoor een luide doffe klap en sta stil. Godverdomme. De hond loopt mankend verder. Ik zet mijn auto langs de kant van de weg -vier pinkers op- en stap uit. Wat verder zie ik één van de kinderen het dier bij zijn nekvel pakken. “Is de hond oké?” vraag ik.

En dan komt het besef: stel dat één van die kinderen achter de hond aanliep. Of stel dat ik geen ABS had. Of stel dat mijn kinderen niet goed vastgeklikt waren. Of stel dat er een andere auto dicht achter mij reed.

Jongens toch. Het mistlicht van mijn auto hangt eruit, er is wat schade aan de bumper en ocharme die onfortuinlijke hond. Maar jongens toch, ben ik blij dat het dat maar is.