31 mrt

De hartverscheurende gedachte dat het ook mijn kinderen kan overkomen.

Een helmpje en een kinderfiets onder het voorwiel van een lichte vrachtwagen. Het kind anderhalve meter achter dat wiel. Luid geschreeuw van de moeder. Ik voelde mijn hart breken van machteloosheid toen ik vanmorgen het kruispunt van de Kroonstraat op fietste. Het onmiddellijke besef dat er niets meer te redden viel.

Een vijftiental mensen stond rond de vrachtwagen, aan de grond genageld, met beide handen voor de mond. Twee vrouwen probeerden de moeder van het aangereden kind weg te houden. Dat lukte niet goed. Ik zette mijn fiets tegen een boom, liep naar de moeder en ging voor haar staan. Met mijn handen nam ik haar schouders vast en probeerde haar in bedwang te houden. Ze schopte, sloeg, krijste, trok aan haar haren, liet zich op de grond vallen. “My baby. My baby.”

Eerst kwam de ziekenwagen toe, dan de MUG, dan de brandweer. Erg snel na elkaar. Het kind werd in de ziekenwagen gelegd. Dokters reanimeerden het jongetje van vijf. We konden de moeder niet meer langer houden. Ze liep naar de ambulance om daar hulpeloos in tranen uit te barsten. Twee brandweermannen ontfermden zich over haar. Ik nam mijn fiets en reed opnieuw naar huis. Later las ik in de krant dat het jongetje overleden was.

Vandaag stond de tijd de hele dag stil. Ik dacht aan het kind, de moeder, de andere kinderen van het gezin. Aan de vader. Ze reden gewoon met de fiets naar school, zoals ik ook elke dag doe met mijn twee kinderen. Helmpje op. Fluovestje aan. Stoppen aan het kruispunt. De gedachte dat het net zo goed mijn kinderen kan overkomen is hartverscheurend. Niemand zou dit mogen meemaken.

Ik weet niet wie je was, jongen, maar ik ga nog heel vaak aan jou denken.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *